De laatste tijd ben ik me aan het verdiepen in leiderschap en teamwork, en lees bijvoorbeeld boeken als De 5 frustraties van teamwork van Patrick Lencione, een mooi voorbeeld van een goed leesbaar boek over hoe je een team beter kunt laten functioneren. Met een theorie die naar mijn gevoel ook klopt.
Zo las ik ook het bekende The 7 Habits of Highly Effective People, oftewel De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, van Stephen Covey. Een heel bekend werk dat omarmd en geprezen is door de halve wereld. Ik had al vaker van hem gehoord en was al bekend met zijn cirkel van invloed theorie. Dat klonk me best plausibel in de oren. Dus nietsvermoedend begon ik dit boekje te lezen.
Het begint wel oké, met een uitleg van productiemiddel / productie, dat deze immer in balans moet zijn. Wat hij er dan bij zegt is dat je dit kunt toepassen in elke situatie. En ook in relaties. Alsof alles productief moet zijn, alles in dienst daarvan staat. Hier voelde ik al iets niet helemaal kloppen.
Ik las verder. Ik deed mijn best het serieus te nemen. Maar bij het hoofdstuk over proactiviteit kreeg ik dat gevoel veel sterker: dit klopt niet! En zeker niet voor HSP’s.
Dus ik zocht in Google naar kritiek op zijn werk en werd overspoeld door informatie. Blijkbaar is mijn gevoel terecht en zitten er vele haken en ogen aan zijn werk.
In dit artikel neem ik je mee door de voornaamste kritieken op Coveys model – wetenschappelijk, maatschappelijk en persoonlijk – aangevuld met wat dit specifiek betekent voor hoogsensitieve mannen.
1. Overschatting van individuele controle
Covey gaat ervan uit dat mensen volledige controle hebben over hun mindset en gedrag, ongeacht genetische aanleg, persoonlijkheid of omgeving. Hij benadrukt persoonlijke verantwoordelijkheid en zelfsturing als universele oplossingen.
Onderzoek binnen de sociale psychologie laat een ander beeld zien: gedrag wordt sterk beïnvloed door sociale contexten, emoties, toevalligheden en situaties. Gedrag is daardoor vaak inconsistent – en dus juist geen gewoonte die je simpelweg kunt “aanleren.”
Voor HSP’s: Het zenuwstelsel van een hoogsensitief persoon verwerkt prikkels dieper en intensiever dan dat van niet-HSP’s. Dit is een aangeboren en neurologisch vastgesteld verschil. Bij overprikkeling is de prefrontale cortex – het deel van de hersenen dat reflecteert en bewuste keuzes maakt – minder goed bereikbaar. De “ruimte tussen prikkel en reactie” die Covey beschrijft, bestaat op dat moment fysiologisch niet. Dat is geen gebrek aan wilskracht of discipline. Dat is biologie.
2. Geen aandacht voor persoonlijkheidsverschillen
Coveys model houdt geen rekening met gevestigde persoonlijkheidstheorieën, zoals het Big Five-model. Die theorieën gaan ervan uit dat mensen een relatief stabiele persoonlijkheid hebben die gedrag beïnvloedt. Mensen kunnen hun gewoonten niet aanpassen op basis van een managementboek – zeker niet als dat tegen hun karakter ingaat.
Voor HSP’s: Een HSP-man die zichzelf forceert te functioneren als een niet-HSP – altijd “on”, altijd rationeel, altijd in controle – doet zichzelf structureel tekort. En hij put zichzelf uit.
3. De introspectie-illusie
Coveys theorie veronderstelt dat mensen volledig inzicht hebben in hun eigen karakter, gedrag en motivatie. Maar dat is een hardnekkig psychologisch vooroordeel – bekend als de “introspectie-illusie.” Onderzoek (onder andere van Nisbett & Wilson, 1977) toont aan dat mensen hun eigen drijfveren en gedrag structureel overschatten of verkeerd interpreteren. Dit leidt tot een vals gevoel van maakbaarheid.
Voor HSP’s: HSP’s zijn vaak sterk reflectief. We denken veel na over onszelf, ons gedrag en onze reacties. Dat klinkt als een voordeel – en dat is het ook – maar het kan ook een valkuil zijn. Want een HSP-man ziet precies wát er misgaat (het overprikkeld raken, het afhaken, de vermoeidheid), maar kan het niet “repareren” via denken of wilskracht. Coveys model suggereert dat dit wél kan. En dát is de kiem van veel zelfkritiek en schaamte.
4. Succes-bias en privilege
Covey schrijft als een bevoorrechte, gezonde, witte, Amerikaanse man uit een hechte religieuze gemeenschap. Zijn voorbeelden van “effectieve mensen” weerspiegelen dat. Critici wijzen erop dat zijn boek doordrenkt is van succes-bias: wie Coveys model niet weet te volgen, wordt impliciet – en soms expliciet – als verliezer of als “reactief” neergezet.
Maar zoals critici als Gallaway en Niolet al opmerkten: ja, er zijn mensen die zich onder moeilijke omstandigheden enorm hebben ontwikkeld. Maar er zijn ook veel meer mensen bij wie dat niet lukt – niet omdat ze te weinig wilskracht hadden, maar omdat hun omstandigheden, hun biologie of hun rugzak dat simpelweg niet toelieten.
Voor HSP’s: Hoogsensitieve mannen dragen vaak een dubbele last. Enerzijds de maatschappelijke boodschap dat mannen sterk, rationeel en onvermoeibaar horen te zijn. Anderzijds de boodschap van Covey dat wie niet effectief is, zichzelf maar beter kan aanpassen. Dat is een dubbele aanslag op het zelfbeeld van een man die al zijn leven te horen heeft gekregen dat hij “te gevoelig” is.
5. Toxische effecten: faalgevoel en victim blaming
Wanneer Coveys model niet werkt – en dat doet het voor veel mensen niet, of niet structureel – legt de retoriek de oorzaak bij het individu. Kritiek op het systeem, de organisatie of de omgeving wordt afgedaan als “reactief gedrag.” Wie klaagt, is niet proactief genoeg bezig.
Dit mechanisme heeft een naam: victim blaming. In plaats van mededogen en begrip ontstaat er een klimaat van zelfdiscipline-als-morele-plicht. Wie faalt, heeft niet hard genoeg geprobeerd.
Voor HSP’s: Dit is misschien wel het gevaarlijkste punt. Hoogsensitieve mannen kampen vaak al met schaamte rondom hun gevoeligheid. De boodschap “wees een man, doe normaal” zit diep. Covey voegt daar een extra laag aan toe: “je bent reactief, dus je faalt.” Voor een HSP-man die zijn best doet, maar fysiologisch gewoon anders in de wereld staat, is dat een verwoestende combinatie. Niet motiverend. Schadelijk.
6. Structurele problemen worden genegeerd
Covey benadrukt individuele verandering in plaats van systeemverandering. Daardoor wordt de oorzaak van problemen naar binnen verlegd – in het individu zelf – in plaats van dat er kritisch wordt gekeken naar de systemen waarin mensen functioneren. Machtsongelijkheid, arbeidsomstandigheden, onrechtvaardige structuren: ze verdwijnen uit het blikveld.
In de praktijk worden Coveys ideeën zelfs ingezet om werknemers te disciplineren. “Proactieve taal” bezigen wordt verplicht, terwijl de organisatie zelf niet verandert. Het resultaat: medewerkers worden verantwoordelijk gemaakt voor zaken waar ze geen werkelijke zeggenschap over hebben.
Voor HSP’s: Een HSP die overprikkeld raakt in een kantoortuin vol prikkels, vergaderingen en constante bereikbaarheid, heeft geen boodschap aan “wees proactief.” Wat hij nodig heeft, is een werkomgeving die bij zijn neurologische samenstelling past. De oplossing zit in het systeem en niet in het individu!
7. De cirkel van invloed als politiek instrument
Coveys oproep om je te concentreren op wat je kunt beïnvloeden, klinkt wijs. Maar ze kan ook worden ingezet om mensen af te houden van legitieme kritiek. Wie zich uitspreekt over misstanden, wordt al snel geframed als “reactief.” Tegenspraak wordt een obstakel voor persoonlijke groei, in plaats van een teken van moed.
De cirkel van invloed benadrukt persoonlijke keuzes en zelfsturing, maar ondermijnt daarmee ook collectiviteit en solidariteit. Samenwerking, activisme en gezamenlijke verantwoordelijkheid vallen buiten de scope van “invloed” en worden vervangen door een zelfgerichte strategie.
Voor HSP’s: Hoogsensitieve mannen zijn vaak sterk gedreven door een diep rechtvaardigheidsgevoel. Ze voelen onrecht – in hun omgeving, op de werkvloer, in de wereld – intens. Coveys model vraagt hen dat gevoel te negeren en naar binnen te keren. Dat is niet alleen onrealistisch voor een HSP. Het staat haaks op wie ze zijn.
8. Religieuze en culturele gekleurdheid
Coveys werk is sterk beïnvloed door zijn Mormoonse geloof en een Noord-Amerikaans, protestants wereldbeeld: zelfdiscipline, controle, prestatie, individuele verlossing door goede gewoonten. Dat is niet neutraal. De zeven gewoonten worden gepresenteerd als universele waarheden – maar ze zijn dat niet.
Dit moreel authoritarisme, zoals critici het noemen, maakt het model kwetsbaar. Wie de zeven gewoonten niet kan of wil volgen, staat al snel buiten de morele orde die Covey beschrijft.
Voor HSP’s: De nadruk op autonomie, prestatie en rationele zelfsturing botst fundamenteel met de manier waarop een HSP in de wereld staat. Hooggevoeligheid vraagt om verbinding, vertraging en verdieping – niet om een checklist van gewoonten die je stap voor stap kunt afwerken.
Wat dan wél werkt?
Dit artikel is geen pleidooi om Covey bij het grofvuil te zetten. Er zitten waardevolle inzichten in zijn werk, en voor sommige mensen in sommige contexten werkt zijn model prima.
Maar voor HSP’s geldt: erken eerst je biologie. Niet als excuus, maar als vertrekpunt. Overprikkeling is geen gebrek aan wilskracht. Diep verwerken kost tijd. Rust nemen is geen passiviteit – het is een bewuste, proactieve keuze.
Echte effectiviteit voor een HSP-man begint niet bij discipline. Die begint bij zelfkennis, bij het bouwen van een omgeving die bij jou past, en bij de moed om te zeggen: dit model is niet voor mij gemaakt – en dat zegt niets over mijn waarde.



